Wmo

Woningtekort beïnvloedt het werk van straatadvocaat Monja: ‘Ik heb geen huizen in mijn broekzak’

Iemand die (bijna) dakloos is op weg helpen om onderdak te vinden of niet dakloos te worden: dat is wat straatadvocaat Monja van Poppel doet. Dat er veel daklozen zijn en weinig huizen is wel lastig. 'Helaas heb ik geen huizen in mijn broekzak.'
Wmo

Staatssecretaris Van Ooijen: ‘Preventie staat in de grondverf terwijl het al regent’

Toen hij in januari van dit jaar zijn ambt als staatssecretaris voor onder andere Wmo en beschermd wonen op zich nam zei hij: ‘Ik wil mensen hoop bieden’. Maarten van Ooijen (ChristenUnie) richt zich op de preventie. Van dakloosheid, van gezondheid- en sociale problemen. ‘Professionals hebben ruimte nodig om mensen te verbinden.’
Dak- en thuislozen
Op naar 0 dakloze jongeren? ‘Zet in op bestaanszekerheid en onvoorwaardelijkheid’

‘Het aantal daklozen gaat deze winter exponentieel toenemen’

Hij zette in april portocabins neer bij het Ado Den Haag stadion voor daklozen die corona hadden. Nu, tijdens de tweede golf, voorspelt Martijn van Rheenen dat de opvang van dak- en thuislozen de komende maanden 'een ramp gaat worden’. Van Rheenen heeft op eigen initiatief de corona-opvang voor daklozen in Den Haag opgezet.

10.000 woningen voor dak- en thuislozen

Vóór 1 januari 2022 moeten er 10.000 nieuwe wooneenheden zijn voor dak- en thuislozen. Die afspraak maakte staatssecretaris Paul Blokhuis (CU) deze week met 21 centrumgemeenten die verantwoordelijk zijn voor de maatschappelijke opvang in Nederland en in 2020 van start gaan met de aanpak.
Op naar 0 dakloze jongeren? ‘Zet in op bestaanszekerheid en onvoorwaardelijkheid’

Op naar nul dakloze jongeren? ‘Zet in op bestaanszekerheid en onvoorwaardelijkheid’

Staatssecretaris Paul Blokhuis van VWS presenteerde eind april het Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren. De ambitie is om eind 2021 de teller op nul te hebben. Twaalf gemeenten hebben inmiddels een pilot in voorbereiding. Gaat dit actieprogramma het verschil maken?
Dak- en thuislozen

‘Tijd om knelpunten in de maatschappelijke opvang op te lossen’

In de Wmo 2015 is opgenomen dat iedereen recht heeft op maatschappelijke opvang. Helaas hebben nog lang niet alle gemeenten dat goed geregeld. Dat blijkt uit een voortgangsrapportage. Staatssecretaris Blokhuis van VWS wil een ‘indringend gesprek’ met nalatige gemeenten.

Rekenkamer: Voorbeeldprojecten helpen dakloze beter en sneller

Een aanzienlijke deel van de dak- en thuislozen in de vier grote steden krijgen niet de begeleiding die ze nodig hebben. Gevolg is wachtlijsten, terugval en pappen en nathouden. Dat concluderen de rekenkamers van de gemeenten Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag. Maar ook: gemeenten zijn goede initiatieven gestart.
Dak- en thuislozen

Daklozenopvang heeft moeite met financiële problemen

De doorstroming van mensen in de daklozenopvang loopt vast doordat mensen erg lang wachten op uitkeringsprocedures bij gemeenten en bij instellingen. Dat blijkt uit een rapport van het Leger des Heils.
Wmo

Kabinet trekt 30 miljoen uit voor verwarde personen

Voor de aanpak van problemen met verwarde personen, maakt het kabinet 30 miljoen euro structureel vrij.

Over wmo

Elke gemeente zijn eigen zorg en ondersteuning

Bijna 2 miljoen mensen krijgen zorg en ondersteuning, volgens de kerncijfers 2015 van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Veelal uit het informele netwerk. Vanaf 2015 wordt zorg en ondersteuning vanuit de Wmo door gemeenten georganiseerd en gefinancierd. Uitgangspunt is dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Dat heeft geleid tot werken in wijkteams, een woud aan pilots en veel discussie over Wmo.

Lees meer

Gemeenten worden sinds 1 januari 2015 geacht ervoor te zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De gemeente geeft ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn.

Onderzoek naar de uitvoering van de Wmo

Uit onderzoek naar de uitvoering van de Wmo blijkt dat in 2016 de waardering voor wijkteams ietsje is gedaald naar van 6,7 in 2015 naar 6,6. De grootste problemen van de decentralisatie zitten nog steeds in het jeugdhulp. Een op de 5 Nederlanders vindt dat de decentralisaties goed uitpakken. 47 Procent heeft geen vertrouwen in de decentralisatie, vooral niet bij de uitvoering van de ouderenzorg. Dat blijkt uit een onderzoek van I&O Research. Vlak vóór 2015, voordat de Wmo en Jeugdwet overgingen naar de gemeente, gaf 54% aan geen vertrouwen te hebben.

Verschillende vormen van hulp en ondersteuning onder Wmo

Onder de Wmo vallen verschillende vormen van hulp en ondersteuning. Het gaat bijvoorbeeld om: begeleiding en dagbesteding; ondersteuning van mantelzorger; beschermde woonomgeving voor mensen met een psychische stoornis; opvang in geval van huiselijk geweld en mensen die dakloos zijn. Maar ook om ondersteuning die past bij persoonlijke situatie van de cliënt die een zorgvraag heeft. Iedere gemeente organiseert de toegang tot ondersteuning op zijn eigen manier. Sommige gemeenten kiezen voor het Wmo-loket. Veel gemeenten kiezen sociale wijkteams waar mensen terecht kunnen met hun hulpvraag. Wat het wijkteam precies doet, verschilt per gemeente. De gemeente kan onder voorwaarden een persoonsgebonden budget (pgb) geven. Met een pgb kan de cliënt de ondersteuning zelf kiezen en inhuren.

Meldt iemand zich bij de gemeente met het verzoek om ondersteuning, dan moet de gemeente onderzoek doen naar de persoonlijke situatie. Vooral over dat onderzoek naar de hulpvraag van de cliënt via het zogenoemde “keukentafelgesprek” is veel discussie geweest vanaf het begin van de decentralisatie in 2015. De keukentafelgesprekken leidden tot veel klachten en tot gefrustreerde cliënten en mantelzorgers. Daar is zeker door gemeenten, zorg- en welzijnsorganisaties en door sociaal werkers van geleerd.

Decentralisatie in de Wmo

De decentralisatie van zorg en ondersteuning in de Wmo heeft een fase van ontwikkeling doorgemaakt. Dat heeft ook geleid tot flinke discussies in de diverse gemeenten over hoe de Wmo vorm te geven. Het heeft ook geleid tot experimenten, pilots die opkomen en net zo snel weer afvallen. Het heeft geleid tot ketenzorg en samenwerking, en zorg dichtbij de cliënt. In dit dossier vind je artikelen die weergeven hoe de discussie is gevoerd en waartoe de transitie heeft geleid. Met alle voors en tegens en ontwikkelingen in de zorg en ondersteuning voor burgers en kwetsbare mensen.

Wmo-cijfers

Tot slot nog een paar cijfers uit de publicatie in april 2017 van I&O Research: De professionele hulp en begeleiding worden door zorggebruikers in 2016 met een 7,4 gewaardeerd, dat was een 7,7 in 2014. Een op de tien mensen geeft een onvoldoende aan de geboden hulp. De belangrijkste redenen zijn de lange wachtlijsten (57%), niet goed luisteren naar de hulpvrager (50%) en niet goed samenwerken tussen organisaties (43%).

DELEN
Vorig artikelZelfredzaamheid
Volgend artikelLVB
Mark van Dorresteijn
Lorem ipsum dolar sit amet.